Up to 100

Gepubliceerd op 15 juli 2020 om 17:53

Up to 100 ! Een nieuw spel voor moeilijke getallen

 

In mijn praktijk maak ik het vaak mee: leerlingen die zitten te worstelen met het optellen of aftrekken van kommagetallen. Bijvoorbeeld de som 0,2 + 0,05. Is dat nu 0,70 of 0,25 of misschien wel 0,025.

Kommagetallen en geld

Op het moment dat je er een euroteken voor zet, zien ze opeens wat ze moeten doen. Want € 0,2 is natuurlijk hetzelfde als € 0,20 en dan die 5 cent erbij wordt 25 cent. De notatiewijze van geld het de uitspraak van dat bedrag zijn al lang geleden ingeslepen. € 0,25 spreek je natuurlijk uit als 25 cent en niet als euro nul komma 25. De uitspraak is dus wel goed gekoppeld aan de notatiewijze, maar waaróm je 25 cent op die manier schrijft, is bij veel leerlingen nog niet zo geland. Ik laat ze dan meestal uitrekenen hoeveel keer 25 cent gaat in een euro. Voor de volwassenen van nu is dat niet moeilijk: een kwartje ging natuurlijk 4 keer in een gulden. Het kwartje bestaat helaas niet meer, en daarmee is ook het automatische besef dat 25 cent een kwart is van een euro, ook verdwenen. Maar hebben ze dat eenmaal in de gaten, dan kun je daarop voortbouwen: 25 van de 100 kun je schrijven als 25/100 en als kommagetal is dat 0,25 (net als bij het geld). 25 van de 100 kun je ook schrijven als 25 per 100 cent, dus 25 procent. En we hadden als gezien dat € 0,25 vier keer in een euro gaat. Het kommagetal 0,25 mag je dus ook schrijven als 1/4. 

Het bedrag € 0,20 gaat 5 keer in een euro, en mag je dus ook 1/5 euro noemen. Het kommagetal 0,20 kun je dus ook schrijven als 1/5, als 20/100 en dus ook als 20%. Als je deze materie op deze manier uitlegt, wordt het duidelijk. En ook al weet deze generatie dan niet wat kwartjes zijn, vallen doen ze wel!

Up to 100: spelend oefenen met breuken, procenten en kommagetallen

Om op een speelse manier bezig te zijn met deze materie, en om de verbanden beter in te slijpen, is het spel Up to 100 ontwikkeld. Het spelbord bestaat uit 6 sporen die in 10 stukken verdeeld zijn. Er is een spoor voor blokjes, geld, maten, procenten, kommagetallen en tiendelige breuken. Iedere speler krijgt 8 kaarten met een kommagetal of breuk en moet deze kaarten combineren. Als de speler bijvoorbeeld een kaart heeft met € 0,04  en één met € 0,06, dan heeft hij samen 10 cent en mag zijn pion een vakje verder zetten op het geldspoor (dat dus tot 1 euro gaat). Zo gaan de blokjes tot een toren van 100, de procenten tot 100%, de kommagetallen en breuken tot 1 hele en de maten tot 1 meter. Aangezien 0,20 hetzelfde is als 20/100 en ook hetzelfde als 20% mogen deze kaarten ook met elkaar gecombineerd worden. Er kan door één speler op 3 sporen tegelijk gelopen worden. 

Op het moment dat een speler bovenaan op het spoor is, wordt dat spoor afgesloten. De pionnen die erop staan worden eraf gehaald, tenzij op tijd de wisselkaart is gespeeld, waarmee van spoor gewisseld kan worden. Verder zijn er kaarten waarmee je in 1 keer een stapje hoger kan, of waarmee je je tegenstander kunt pesten door hem een vakje lager te zetten. 

De bestanden van dit spel en de spelregels krijg je in je mailbox. Het advies is te printen op hobbykarton (250 gr). Verder zijn er per speler 3 pionnen in dezelfde kleur nodig. 

 


« 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.