π Alles over: Tocht door het Moeras
π΄ Dit materiaal hoort bij: alle routes
In het spel Tocht door het Moeras wordt het rekenen over het tiental al spelend ingeslepen.
Het pad door het moeras in namelijk ondergelopen. Je ziet het nog wel, het ligt ook wat hoger dan de rest van het moeras, maar je houdt geen droge voeten, tenzij je stapstenen gebruikt. Je legt dus een stapsteen neer, en springt dan vanaf de stapsteen op een volgende stapsteen of een droog (tiental)eilandje. Vervolgens pak je de stapsteen, legt hem weer voorbij het eilandje en dan herhaalt het zich totdat je bij de 100 bent. Een beetje zoals je vroeger wedstrijdjes met kranten deed: steeds de krant achter je voor je leggen, erop stappen, en dan de vrijgekomen krant weer voor je leggen enz.
In Tocht door het Moeras wordt:
- Geoefend met het splitsen van alle getallen tot 10
- Geoefend met het (letterlijk) via het tiental rekenen
- Geoefend met het (letterlijk) plaatsen van getallen op de getallenlijn
- Inzicht gegeven in de getallen tot 100
Afhankelijk van het scenario duurt het spel 20-30 minuten, en is dus prima te gebruiken als een kort rekenspelletje op een regenachtige dag of even na het eten. De leeropbrengst is groot: tijdens het spel moet volop worden gerekend, want de spelers rekenen natuurlijk mee met hun medespelers om te controleren of deze niet valsspeelt.
π§ Het RT-Geheim: Waarom werkt dit zo goed?
In het traditionele onderwijs leert een kind vaak losse sommen uit het hoofd: 7 + 3 = 10 en 10 - 3 = 7. Dit vraagt enorm veel van het werkgeheugen. In dit spel wordt:
- Het rekenen via het tiental handelend en beeldend ingeslepen.
- Bij het ‘kale’ rekenen kan steeds teruggevallen worden op dit beeld, zeker als je tijdens het spel de gemaakte sommen hardop laat herhalen of opschrijven.
-
Het pad in dit spel ziet eruit al een lege getallenlijn. Er valt dus niets te tellen, de spelers leggen de stapsteen met het getal waar ze gebleven zijn zelf op de goede plek op de getallenlijn.
-
De speler komt er al spelend achter de splitsing van de 8 in de som 4 + 8 natuurlijk ook gebruikt bij de som 24 + 8, 34 + 8 enz. Het spelen van het spel geeft dus ook inzicht in de getallenwereld tot 100.
- Als remediërende toepassing kan je ervoor kiezen om de speler/leerling steeds de som met de splitsing te laten opschrijven: 4 + 8 = 4 + 6 + 2 = 12 en 34 + 8 = 34 + 6 +2 = 42
- Extra didactische waarde zit in het feit dat er maar 5 stapsteentjes per speler zijn. Op iedere kant van het steentje staan namelijk 2 getallen, die samen 10 zijn. Een speler die dus stapsteen 2 niet gelijk ziet, weet dus dat hij stapsteen 8 moet omdraaien.
βοΈ De Voorbereiding
-
Open de Zomer-Rekenbox (PDF) op je computer.
-
Print de 2 helften van het spelbord uit. Print ze op stevig papier en lamineer ze voor meer stevigheid.
- Print de pech-, geluks- en scenariokaartjes en knip ze uit.
-
Maak 5 stapstenen: maak ze zelf van klei (zorg wel dat de pionnen er stevig op kunnen staan) of gebruik bv. kleine knopen.
-
Zet de getallen 1 t/m 5 aan de bovenkant en 6 t/m 9 aan de onderkant in de 'vriendjes van 10' combinatie.
π²Het spel
In de download van het spel zitten de uitgebreide spelregels. Het principe van het spel is steeds hetzelfde: je staat op een steen, je dobbelt en mag dat aantal verder. Als je daarbij over een tientaleiland heen gaat, moet je daar eerst op landen, en dan via de splitsing uitrekenen hoeveel je verder mag. De bijbehorende stapsteen wordt dan neergelegd op ongeveer de goede plaats op de getallenlijn en de pion springt erop.
Geluk- en pechkaartjes
De stapsteen met 3 en 7 is een bijzondere steen. Land je op stapsteen 3, dan mag je een Gelukskaartje pakken, de 7 betekent een Pechkaart. Op een Gelukskaart kan bijvoorbeeld staan dat je extra energie krijgt (dus 2 plaatsen vooruit mag), op een Pechkaart dat je iemand die achter je loopt uit het moeras moet gaan trekken (en dus terug moet lopen naar die speler).
Een extra twist
Om het extra spannend te houden, kun je ervoor kiezen om de Scenariokaartjes in te zetten. Een scenariokaartje wordt pas omgedraaid als iemand bij de 100 is, en is tot die tijd dus geheim. Een mogelijk scenario is dat er aan de overkant van het moeras een boze man staat, die de winnende speler niet aan land wil laten komen. De speler moet al zijn overtuigingskracht (dobbelend) inzetten om de man te overtuigen. Als het niet lukt, moet hij wachten tot er nog een medespeler is gearriveerd om het dan samen te proberen. Als het niemand lukt om de man te overtuigen zit er niets anders op dan de terugtocht te aanvaarden.
De tocht terug
Dat betekent dat er nu minsommen gemaakt moeten worden. Een speler die bijv. op 93 staat en 5 gooit, splitst die 5 dus in 3 en 2 en komt zo op 88 terecht. Degene die het eerst weer terug is bij 0 wint. Extra leuk is het dus dat dat vaak de speler is die het verst achtergebleven was!
Bij de scenariokaartjes zitten meer scenario’s die maken dat de terugtocht aanvaard moet worden, en dat maakt dat het ook voor die achterblijver spannend blijft!
Wil je een precies zien hoe het spel gaat? Ga dan naar deze powerpoint.
Een extra uitdaging: het Moerasspel maar dan met kaarten.
- Ook deze spelregels staan duidelijk in de download. Er worden speelkaarten t/m 9 gebruikt in plaats van dobbelstenen. Omdat je nu uit meerdere 'worpen' kunt kiezen, kun je strategischer spelen.
- Tot slot de spelregels voor de moeilijkste sommen, sommen zoals 45 - 19. Wat daarbij vaak fout gaat, is dat de getallen gesplitst worden. Dan wordt 40 - 10 uitgerekend, en daarna 5 - 9 maar 'omdat dat niet kan' wordt het omgedraaid: 9 - 5 en dan wordt het antwoord 34. Om de goede manier (de rijgstrategie) in te slijpen, speel je het volgende spel:
- π De Rijg-Methode (Route E)
-
De aanpassing: Laat de dobbelstenen deze keer in de doos zitten. In plaats daarvan leggen we de Basisrekenkaartjes tot 20 (of getalkaarten tot 20) als een gesloten trekstapel op tafel.
-
Hoe werkt het? Je pion staat ergens in het moeras (bijvoorbeeld op vakje 45). Je draait een kaartje om waar bijvoorbeeld een -18 op staat. In plaats van in één keer te tellen, móét je kind de moerassprongen in twee vaste etapes verdelen:
-
De Tientallensprong: Spring eerst met een grote sprong het tiental achteruit (van 45 met 10 stappen terug naar 35). Daarbij kan met stapsteen en pion samen gesprongen worden.
-
De Losse Splitsing (Via de 10): Nu moeten de 8 losse eenheden er nog af. Je kind kijkt naar vakje 35 en splitst de 8 op: "Eerst een sprong van 5 terug naar het veilige eiland 30... en dan nog een sprong van 3 door naar 27!"
-
π De Hulplijn: Wat als het even niet lukt?
REMEDIAL TEACHING TIP:
Merk je dat je kind begint te zuchten, te gokken of gefrustreerd raakt? Schaal direct een niveautje terug. Spieken mag áltijd! Gebruik de splitskaartjes van de Basisrekenkaartjes of de Rekentruc als extra ondersteuning. Hou het positief!