De Ladderspellen, leerspellen maar dan leuk!

De Ladderspellen…leerspellen maar dan leuk

10 jaar heb ik voor de klas gestaan in het speciaal onderwijs. Als gezelschapsspellenfanaat (mooi galgjewoord trouwens) probeerde ik mijn zwakke leerlingen maar aan het leren te krijgen met spellen: rekenspellen, spellingspellen, leesspelletjes…zonder succes. Want als je niet goed bent in rekenen, kun je je niet voorstellen dat een rekenspel leuk is. En dat is het vaak ook niet zo. Veel rekenspellen zijn gericht op automatiseren, waar zwakke rekenaars nu eenmaal meestal niet zo sterk in zijn. Ook al worden het spellen genoemd, ze doorzien feilloos dat het gewoon over dezelfde sommen gaan die ze al eindeloos moeten oefenen. Bovendien worden deze spellen vaak gewonnen door de sterke rekenaars. Niet vreemd dus dat ik mijn zwakke rekenaars niet aan de rekenspellen kreeg, vaak zelfs niet als ze de keuze hadden tussen een werkblad en een spel. Want van een werkblad kun je niet verliezen.

Winnen: een kwestie van geluk en strategie

Rekenspellen zijn dus vaak gericht op het extra oefenen van al begrepen sommen. Maar wat als je gewoon niet weet hoe je 8+9 of 7x9 snel moet uitrekenen? Omdat het je simpelweg aan inzicht ontbreekt? Dan is de kans dat je zo’n spel gaat winnen, zelfs na veel oefenen, niet erg groot.

Om die reden ben ik bij het ontwikkelen van de rekenspellen van Ladderspellen uitgegaan van 2 principes:

  • Winnen is niet afhankelijk van rekenniveau, maar van strategie, geluk en wel of niet goed kunnen bluffen.
  • De opzet van de spellen draagt bij aan het rekeninzicht.
  • Maar vooral: door het toevoegen van beproefde spelelementen en -mechanismen zijn ze leuk om te spelen, zelfs als je niet meer hoeft te oefenen met rekenen. Al blijkt het voor volwassenen die gewend zijn om de rekenmachine te gebruiken vaak ook nog wel een uitdaging.

Hieronder volgt een uitgebreide beschrijving van het spel Schatrovers. In een andere blog schrijf ik meer over het spel “Tocht door het Moeras”.

Schatrovers: gokken of samenwerken?

Het eerste rekenspel dat ik ontwikkelde was “Schatrovers”. Het idee erachter is dat er een schat ligt op een eiland die bewaakt wordt door een draak. Er was ooit een brug. De brugdelen liggen er nog. De spelers gaan de brug nu opnieuw bouwen om bij de schat te komen. Maar als ze halverwege zijn wordt de draak wakker, en die komt iedere ronde een stap dichter bij de schat! Vanaf dat moment moeten de spelers steeds de afweging maken: ga ik verder met het risico dat ik straks, met of zonder schat, wordt ingehaald door de draak. Of ga ik gauw terug naar de vaste wal? Als de schat namelijk niet veroverd wordt, wint degene die het eerst weer vaste grond onder de voeten heeft. Dat maakt de ook een speler die ver achterligt, nog een kans heeft om te winnen. De spelers kunnen in dit spel ieder voor zichzelf spelen, of met z’n allen tegen de draak.

Deze spelelementen liggen ten grondslag aan een aantal succesvolle spellen: De draak als gemeenschappelijke vijand zoals het piratenschip bij Catan (Steden en Ridders), of een virus zoals bij coöperatieve spellen als Pandemic. Als de spelers niet kiezen voor samenwerking is er de optie om elkaar dwars te zitten door elkaar aan te vallen zoals bij Risk.

Toen ik het spel introduceerde op een spellenbeurs, kreeg ik nog allerlei tips om het spel nog spannender te maken. Deze tips kreeg ik van volwassen spelfanaten, die enthousiast waren over “Schatrovers”.  

Ook leuk als je al een kei bent in rekenen

Het is dus een leuk, spannend spel. Dat is één. Bovendien kan het op iedere leeftijd gespeeld worden, al zullen kinderen in de onderbouw soms even een tip moeten krijgen om het niet te lang te laten duren.

Inzicht biedt het spel ook. Veel kinderen blijven bij het rekenen tellen op hun vingers, omdat ze zich het rekenen via het tiental niet eigen hebben gemaakt. Ze zijn hier vaak zo hardnekkig in, dat ik besloot een spel te ontwikkelen waarin je niet om het tiental heen kon. Dat werd dus Schatrovers.

De tientallen als basis voor de brug

De brug in Schatrovers wordt namelijk ‘opgehangen’ aan de tientallen. Ieder brugdeel heeft ergens een ophangpunt. Er zit een stuk vóór het ophangpunt, en een stuk erachter. Bij iedere beurt moet het aanvullende getal tot het volgende brugdeel gedobbeld worden. Je gooit met 4 dobbelstenen, waarvan je er 2 of 3 mag gebruiken om het aanvullende getal (het ‘vriendje van 10) samen te stellen, en de 4de dobbelsteen bepaalt het overstekende stuk. Er moet dus veel worden gerekend: de 10-splitsingen maar ook alle andere splitsingen onder de 10. Als het laatst aangelegde stuk 3 plankjes oversteekt, moet je 7 gooien, dus 3 en 4 of 2 en 5 of 1 en 6, of 1,2 en 4 enz. En iedereen rekent mee, want je wil natuurlijk je tegenspeler controleren. Als je een fout maakt, word je dus natuurlijk wel gecorrigeerd, maar het gaat niet ten koste van je winstkans.

Rekenen, rekenen en nog een rekenen

De speler die vooroploopt is uiteraard degene die steeds het nieuwe brugstuk aanlegt. Dit kan dus steeds een andere speler zijn want ze kunnen elkaar uiteraard inhalen. De volgende spelers moeten steeds het al aangelegde brugdeel overbruggen, en dat getal precies samenstellen met max. 4 dobbelstenen. Is het voorliggende brugdeel dus een 5-7-combinatie dan moeten ze dus twee zessen gooien, of 1,5 en 6 of 2,4,6 of 3,4,5 enz. Als de spelers, met of zonder schat, teruggaan, moeten ze sowieso het totaal van de brugdelen gooien. Kortom, veel gereken, maar ook strategisch spelen, soms besluiten om samen te werken (waarbij bv. een beurt wordt afgestaan in ruil voor een deel van de schat), daar afspraken over maken, onderhandelen, kansen afwegen en gokken.

Een ander spel om het rekenen via het tiental in te slijpen is Tocht door het Moeras. Een ganzenbordachtig spel met een ‘twist’ aan het eind. Maar daarover later meer.

 


 »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.